Nog meer ruïnes

Op de zesde dag van de camperreis Ierland rijd ik van Kilree Monastic Site verder naar het westen langs de rivier de Suir. Die route is een beetje teleurstellend omdat er bijna geen gelegenheden zijn om te parkeren. Ik bezoek onderweg de Kikieran High Crosses en natuurlijk weer een vervallen kerkhof met een even vervallen kasteel. Als ik in de richting van Lismore rijd kom ik op een vlakte die de Knockmealdown Mountains aankondigt. Daar kies in gezelschap van een kudde schapen mijn overnachtingsplek. (65 km)

Rijden in Ierland

De overnachting bij St. Rhuidche is goed bevallen. Ik heb lang geslapen maar ben toch om 8.00 uur wakker. Eerst ontbijten en douchen en de bus van binnen een beetje schoonmaken. Dan ga ik op weg met een eerste stop bij de Kilkieran High Crosses.

Ik rijd over smalle plaatselijke wegen of doorgaande wegen waarvan de rijstroken ook erg smal zijn. Bij een tegemoetkomende bredere tegenligger moet ik de rand van de weg opzoeken en langzaam rijden. Dat is op zich al lastig omdat de rand van de weg ook werkelijk de rand van de weg is. Meestal staan er vlak aan de rand van de weg struiken of bomen waardoor het niet mogelijk is om in de berm uit te wijken.

Op de plaatselijke weggetjes is het nog smaller. Ook aan beide kanten van de weg begroeid met struiken en bomen en soms zelf stenen muurtjes. Als je hier een tegenligger tegenkomt dan moet een van beide chauffeurs achteruit rijden naar een breder stuk. In Schotland was dat veel beter geregeld. Daar waren soms wel om de 100 meter uitwijkplaatsen gecreëerd.

De Kilkieran High Crosses

Nabij Carrick On Suir bevinden zich op een kerkhof de Kilkieran High Crosses. Ik kan daar komen via een nog smaller pad dan hiervoor aangegeven. En dat betekent dat de flanken van de camper enkele krasjes oplopen die thuis weer weg te werken zijn. Als ik terug rij zie ik dat ik een afslag te vroeg genomen heb. Nog geen 50 meter verderop is er een brede weg die de koninklijke route vormt naar de ingang van het kerkhof.

Die Kilkieran High Crosses stammen al uit het jaar 800. Ze deden dienst als een plaats voor gebeden en preken buiten de kerk. Meestal staan die kruisen dan ook vlak bij de kerk. Ze zijn steviger dan de kerken zelf dus net als bij de Round Towers is de aanwezigheid van deze torens en kruisen een teken dat er ooit een kerk of abdij gestaan heeft. In dit geval is de aanwezigheid van een kerk slechts een vermoeden.

Er is nooit iets gevonden dat op de aanwezigheid van een kerk wijst. De kruisen van Ierland kennen vaak op het kruispunt van het kruis een rond ornament met eenvoudige versieringen meestal in de vorm van gevlochten linten of eenvoudige reliëfs van mens en dier. Op dit kerkhof staan twee van zulke kruisen die nog redelijk in takt zijn. Een derde bestaat slechts marginaal en een vierde is naar een andere plek verhuisd.

Ook op dit kerkhof is een heilige bron te vinden. Uitnodigend hangt er een beker aan een stok naast de bron zodat je het heilige water makkelijk naar boven kunt scheppen. Voor de zekerheid maar mijn handen gespoeld. Ook al is het heilig water ik vertrouw er maar niet op dat het drinkbaar is.

Langs de Suir

Vervolgens kom ik aan in Carrick on Suir. Een niet zo heel bijzonder stadje als ik er kort doorheen loop. De diverse gidsen maken melding van een geweldig mooie rit langs de Suir: ‘This section of our tour has it all: shady woods and old stone walls, lush green pastures and fertile fields, stately homes and some ruined castles’ ronkt het in de Sunflower guide.

Maar helaas de route gaat weliswaar vlak langs de Suir maar is erg druk. Bovendien is er nauwelijks gelegenheid om een auto te parkeren. De drukte op de weg ontneemt mij de gelegenheid om veel om me heen te kijken. Toch kan ik ergens bij een Katholiek congrescentrum de auto even kwijt en kan ik een paar kilometer langs de rivier lopen. En ik kan me voorstellen dat het een mooie rivier is zoals je die vroeger afgebeeld zag op jigsaw puzzels. Alleen dit gedeelte waar ik loop is wat minder pittoresk. Het lopen gaat goed. De pijn is nog niet weg maar het gaat veel beter dan gisteren.

The Tipperary Old Graveyard and Church

De volgende stop is bij de Tipperary Old Graveyard and Church. Natuurlijk weer ruïnes met heel oude grafstenen. Maar ik begin een beetje genoeg te krijgen van al die kerkhoven. Je wordt er niet echt vrolijk van om geconfronteerd te worden met de eindigheid van het bestaan.

Toen de ruïnes nog geen ruïnes waren moet het een mooi gezicht zijn om dat kasteel en die kerk langs de Suir te zien liggen. De Engelstalige reisgidsen zeer lovend over die ruïnes. Hoe meer ze vervallen zijn hoe enthousiaster er over geschreven wordt. Zelfs over een geheel verdwenen bouwwerk kunnen ze nog lyrisch schrijven.

De Britten en Ieren en de toekomst

Ik vraag me af waarom dat zo is. Ik heb wel gemerkt dat de Britten en de Ieren erg aan hun verleden hechten. Maar het komt op mij over als een wat overdreven gevoel voor nostalgie. Heeft dat te maken met de grootsheid van de vroegere natie en het roemrijk verleden.

Dat kan best het geval zijn maar ik constateer eveneens dat het er een zekere angst is om zich met het heden en de toekomst te verbinden. In de grote steden is het weliswaar anders maar buiten de grote steden zie ik niet veel enthousiasme voor innovatie en oriëntatie op de toekomst. Liever blijft men hangen in de truttigheid van het verleden dan dat men de confrontatie met de toekomst aangaat.

Opmerkelijk is bij voorbeeld dat de nieuwe gebouwen en met name woonhuizen alle teruggrijpen op de archetype van de architectuur van het verleden. Nergens een gedurfde aanzet tot vernieuwing en als dat er al is dan is het meestal niet erg succesvol. In die situatie denk ik dat men maar liever blijft hangen in het verleden toen alles beter was en Brittannië een hoofdrol in de wereld speelde.

Overnachten op een hoogvlakte

Even buiten Newcastle gaat de weg omhoog. We naderen de Knockmealdown Mountains en deze hoogvlakte waar ik nu reis is daar een vooraankondiging van. Het mooie typisch Iers heuvelachtige landschap dat bestaat uit ommuurde weiden maakt plaats voor een vlakte met heide en varens.

Op een gegeven moment rijd ik mijzelf vast in een kudde grazende schapen die hun plek om de weg niet prijsgeven. Ze krijgen van mij hun zin omdat ik van deze mooie plek ook mijn overnachtingsplek kan maken. Dus camper aan de kant en uitstappen.

Hadden de schapen voor de camper geen angst, bij het zien van mijn verschijning slaat de algemene paniek toe. De schapen stuiven alle richtingen op. Maar de nieuwsgierigheid wint het en ze komen weer terug. Ze blijken het heerlijk te vinden om hun natte vacht tegen mijn camper aan te schuren. Mijn camper schoon, hun vacht vuil.

Ik schrijf nog vóór het avondeten de blog en na het eten maak ik nog een korte wandeling en luister ik weer naar een aflevering van de podcast over Leopold II.

Delen met je netwerk?
(Visited 29 times, 1 visits today)