Camperreis Spanje dag 33; van Sevilla naar El Rocio

Natuurpark Doñana

Natuurpark Doñana

Op de 33e dag van de Camperreis Spanje ga ik weer iets verder naar het westen en kom uit in het Natuurpark Doñana. Het is een natuurpark dat bekend staat om zijn ongerepte kust en rijke rivierdelta. Ik overnacht er eveneens.

Na drie dagen Sevilla ben ik wel weer eens toe aan een beetje natuur. Ik besluit om iets verder naar het westen te rijden (ca. 70 km) om daar het Natuurpark Doñana te bezoeken. Het gebied is in 1994 benoemd tot UNESCO World Heritage Site.

Maar ik begin de korte reis niet alvorens de bus schoon te maken, bed te verschonen, water te tanken enz. Daarna moet ik boodschappen doen bij een weer gigantisch grote Carrefour. Dan rijd ik in westelijke richting Sevilla uit. Eerst een stuk snelweg door een gebied met de kenmerkende droge uitstraling van Spanje maar als ik de snelweg verlaat en richting kust rijd, kom ik in een heel ander landschap terecht. Het gebied is vrij vlak met heel veel pijnbomen en spoedig rijd ik het Natuurpark Doñana in.

Ik rijd zeker 20 km door pijnboombossen. Niet alleen natuurlijke bossen  maar er zijn ook gedeelten die als productiebos in beheer genomen zijn. In de buurt van El Rocio loop ik het visitors centre El Acebuche binnen. Ik word vriendelijke ontvangen en wordt uitgebreid voorgelicht over het park. Dat kan ook omdat er vrijwel geen bezoekers zijn vandaag bij dit centrum.

Wandeling Palacio del Acebron

Het natuurpark Doñana staat bekend om zijn ongerepte kust, moerassen en rivierdelta. Ondanks de geringe hoogteverschillen zijn er toch diverse ecosystemen te onderkennen. Uiteraard de kust met vaste duinen en bewegende duinen en daarnaast ook de moerassen en de rivierdelta die een grote hoeveelheid vogels aantrekt die op doorreis zijn naar Afrika. Vergelijkbaar dus een beetje met ons Waddengebied.

Opmerkelijk vind ik het dat ondanks de kleine hoogteverschillen van nog geen 50 meter in dit grote natuurpark, er toch grote verschillen zijn in vegetatie. Op het hoogste gedeelte zijn overwegend pijnbomen te vinden. Iets lager kom je de kurkeik tegen en weer iets lager de wilgen. Op veel plekken strikt gescheiden alsof het door mensenhanden zo is aangelegd.

Wandeling nabij Palacio del Acebron

In de middag maak ik een korte wandeling rond het Palacio del Acebron. Daar is het hiervoor gemelde goed te onderscheiden. Het ‘paleis’ is ook al iets heel aparts. Van de verte ziet het er oud uit maar op de informatieborden lees ik dat het in 1960 gebouwd is. De eigenaar heeft er niet lang gewoond en na zijn overlijden is het huis leeg komen te staan en is de omgeving sterk verwaarloosd. In de jaren ’80 is het een informatiecentrum voor het park geworden en hebben er herstelwerkzaamheden plaatsgevonden.

Ook de ‘natuur’ is behoorlijk aangepakt. De kasteelheer had in de jaren ’60 besloten om Eucalyptus bomen aan te planten (grondstof voor de papierindustrie). Hij heeft dat in zo grote hoeveelheden gedaan dat de Eucalyptus de oorspronkelijke vegetatie heeft overwoekerd en de grond zeer arm heeft gemaakt. In de jaren ’80 is dit flink aangepakt door de meeste Eucalyptusbomen te verwijderen waardoor de oorspronkelijke vegetatie weer snel terugkwam. Hier en daar is er nog een te vinden die vreedzaam samenleeft met de pijnbomen en de kurkeiken.

Het gebied schijnt ook bekend te staan om zijn grote vogelpopulatie. Maar daar heb ik niet veel van gemerkt. Ik heb zeggen en schrijven 1 grote witte vogel aan de rand van de rivier zien staan maar het kan even goed een grote witte plastic tas geweest zijn. Uit de foto’s blijkt inmiddels dat het toch (een beetje chagrijnige) lepelaar is. Wellicht dat er morgen aan de kust meer soorten waar te nemen zijn.

Laat in de middag schrijf ik de blog van vandaag en ga ik koken. Ik hoop vannacht op de parkeerplaats bij het kasteel te kunnen blijven staan maar er steekt al weer de bekende storm op. Ik vrees dat de kans groot is dat ik vannacht weer moet verkassen. Daarover meer in de blog van morgen.

Overnachtingsplaats Palacio del Acebron

Wat ik lees

Nog even iets over hetgeen ik lees. Het boek De buurjongen van Jan Siebelink heeft me niet teleurgesteld. Het bouwt voort op het boek Knielen op een bed violen. In dit boek wordt het leven beschreven van de buurjongen (Henk Wielheesen) van de godsdienstwaanzinnige tuinder Hans Saviez. Zijn moeder komt vroeg in zijn leven te overlijden en een terroriserende nieuwe vriendin van zijn vader verpest zijn jeugd behoorlijk. Hij wordt liefdevol opgenomen door de familie Saviez die hem als pleegzoon aanneemt. Hij neemt later de tuinderij over van Saviez.

Henk ontmoet Anna die later zijn echtgenote zal worden. Ze krijgen één dochter, maar al vrij vroeg in haar leven ontstaat er een verwijdering tussen vader en dochter. De reden daarvan wordt niet geheel duidelijk. Dit heeft zo veel invloed op Henk dat deze tenslotte manisch depressief wordt en verschillende keren in een inrichting opgenomen moet worden en lijdt onder de medicatie Lithium. Hierdoor ontstaat er een verwijdering tussen vrouw en man.

Het knappe van het boek is dat het gedrag van Henk niet heel expliciet wordt gemaakt maar wel duidelijk wordt in de relatie tot zijn vrouw en kind. Daar is Siebelink een ware meester in. Ondanks de verwijdering blijft het fundament van de liefde overeind en ondanks alle moeilijkheden blijven ze liefdevol bij elkaar. De laatste scène is heel triest. Op 79 jarige leeftijd komt de man in de inrichting te overlijden. Hij weet dan niet meer dat zijn vrouw jaren geleden is overleden. Zijn dochter die beloofd heeft afscheid te komen nemen komt te laat aan.

Na deze zware kost, kies ik nu voor iets lichters: columns van Sylvia Witteman: ‘De troost van een warm visje’. Heel leuk!

Delen met je netwerk?
(Visited 295 times, 1 visits today)