Camperreis Schotland dag 2: Van Melton naar Callander

Door Engeland naar Schotland

De 2e dag van de camperreis Schotland is geheel aan reizen opgegaan. Veel snelwegen dus een beetje saai. Ik rijd van de overnachtingsplaats in Melton naar Callander ten noorden van Glasgow en ik vind er een mooie overnachtingsplek aan het Loch Venachar.

Naar het noorden

Ik heb vannacht niet goed geslapen want ik moest weer wennen aan het geraas van de regen op het dak van de camper. Nu maar hopen dat het geen omen is voor een verregende reis want ik heb al voldoende regen te verwerken gekregen tijdens mijn reizen door Noorwegen en gedeeltelijk door Spanje.

Ik sta niet zo vroeg op want in de ochtend houdt de regen op, wordt het weer stil en val ik weer in slaap. Ik wil ook niet vroeg op pad gaan want ik wil de ochtendspits vermijden. Mensen die snel naar hun werk willen zitten niet te wachten op een langzaam rijdende vakantieganger. Na het ontbijt vertrek ik rond 9.30 uur.

De eerste 40 km van de reis zijn heel erg mooi. De route gaat door een heuvelachtig landschap met afwisselend bossen en landbouwgebied. Ik rijd door piepkleine dorpjes en veel Engelser kun je het niet krijgen. Kleine huisjes in natuursteen of in pastelkleuren geschilderd. Van die vreemde portaaltjes voor de voordeur. Zware schoorstenen tegen de huizen aangebouwd en veel met riet bedekte daken. De wegen zijn smal en meanderen door het heuvellandschap maar ze zijn goed te berijden.

De struiken staan vlak langs de weg en zijn geschoren om het verkeer niet te hinderen. Overal zie ik richtingwijzers staan naar ‘public footpaths’. Piepkleine bordjes bevestigd aan zware palen alsof ze een loodzwaar gewicht moeten torsen. Kortom heel erg Brits. Het is dat er een asfaltweg onder mijn banden is anders zou je denken dat je in de 19e eeuw van Charles Dickens terecht bent gekomen. Als ik in een van de dorpen wat foto’s wil maken ben ik al door het dorp heen en wil ik een plek vinden om te kunnen keren maar ik raak iets verder vast in een verkeerschaos als gevolg van een afgesloten weg die naar de snelweg leidt. Ik moet die snelweg hebben en besluit dus maar om niet meer om te keren. Ik zal later nog wel gelegenheid krijgen om foto’s te maken.

De Midlands en Cumbria

Dan breekt er een heel saai stuk aan. Een snelweg door een niet zo heel boeiend landschap dat door de Midlands gaat. Het schiet echter wel op en dat is ook nodig omdat ik vandaag meer dan 700 km moet afleggen. De kwaliteit van de wegen is ondermaats: vierbaanswegen worden zonder zichtbare aanleiding plotseling tweebaanswegen, veel slecht wegdek en veel opstoppingen vanwege herstelwerkzaamheden. Er wordt dus wel hard gewerkt om de infrastructuur weer op orde te krijgen.

Ik merk dat ik de neiging heb om met de snelheid van personenwagens mee te gaan. Maar dat is erg vermoeiend. Ik heb helaas geen cruise-control in mijn camper dus besluit ik dan maar om gebruik te maken van de cruise-control van de vrachtwagens door in het kielzog te rijden van deze vrachtwagens. Een mooie constante snelheid van 90 km per uur. Dat rijdt veel ontspannender. Onderweg stop ik ongeveer drie keer om te tanken en te eten en de benen te strekken.

Het landschap wil maar niet boeiender worden totdat ik het graafschap Cumbria inrijd. Prachtige kale heuvels waarop de percelen grond gescheiden zijn door die bekende stenen muurtjes zoals je die eigenlijk alleen maar massaal in Engeland tegen komt.

Schotland

Tegen 18.00 uur kom ik via de A74 bij de grens van Schotland aan. Dan is het nog maar 120 km rijden. Het is opmerkelijk dat de wegen in Schotland veel beter onderhouden zijn. Goed wegdek, mooi aangelegde en onderhouden bermen en veel minder chaotisch dan in Engeland.

Het maakt allemaal een veel welvarender indruk. En dat beperkt zich niet tot de wegen. Het valt me ook op dat de gebouwen hier veel minder verwaarloosd zijn. Bovendien moet ik tot mijn verbazing constateren dat er louter nieuwe auto’s rondrijden. De ene spiksplinternieuwe auto na de ander passeert mij. Het is net of de regering van Schotland iedere Schot een nieuwe auto cadeau heeft gedaan. Zelfs de trucks die voor de wegenbouw worden ingezet zien er uit alsof ze nog nooit een korreltje zand vervoerd hebben. Ik begin me op afstand te schamen voor mijn 12 jaar oude Ford die thuis staat. Maar ja, hij doet het nog steeds heel goed dus waarom zou ik hem wegdoen.

Wat ook opvalt is dat het vrachtverkeer veel minder nadrukkelijk aanwezig is. Ik bedenk wat de mogelijke reden daarvoor is. Het grootste gedeelte van de Schotse bevolking woont op de as tussen Edinburgh en Glasgow. Daar moeten de goederen dus naar toe en niet naar het dunbevolkte noorden waar de verlengde A74 naar toe leidt. Of misschien is het zo dat de Schotten inmiddels zo welvarend zijn geworden dat ze alles wat ze willen hebben al bezitten en er dus geen nieuwe goederen nodig zijn: een ideale samenleving.

Loch Venachar

Callendar

De laatste 30 km van mijn etappe gaan over secundaire wegen door een mooi bosgebied. Uiteindelijk kom ik bij mijn reisdoel aan: Callendar. Ik rijd het plaatsje door en sla dan af naar het Loch Venachar. Op Google Maps heb ik gezien dat daar langs het loch een mogelijke overnachtingsplek is. En dat  blijkt te kloppen. Loch Venachar zal niet het mooiste loch zijn maar het is een heel fraaie plek om de nacht door te brengen.

Vreemd genoeg ben ik na de meer dan 700 km geheel niet vermoeid. Thuis word ik nog wel eens getroffen door een ‘slaap-aanval’. Maar op reis heb ik daar helemaal geen last van. Het bevordert zelfs de energie. Ik maak dan ook nog een korte wandeling langs de oevers van het loch en rond 20.30 uur ga ik koken. Na het eten schrijf ik het verslag en lees de krant voordat ik rond 24.00 uur naar bed ga. Het begint weer te regenen.

(Visited 174 times, 1 visits today)
Share: