Camperreis Griekenland dag 15: van Petalidi naar Trachila

Door De Manie

Op de 15e dag van de Camperreis Griekenland verlaat ik het eerste schiereiland van de Poleponnesus en rijd het 2e schiereiland op: De Manie. Naar verluid het mooiste schiereiland. In Kardamili maak ik een flinke wandeling en ik eindig de dag op de mooiste overnachtingsplaats van mijn korte camperleven.

Om 8.30 uur vertrek ik van de haven van Petalidi. Ik rijd via Messini naar Kalamata om daar op het tweede schiereiland van de Poleponnesus naar de Manie te reizen. Daartoe moet ik eerst Kalamata door of er om heen rijden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De TomTom laat het afweten en de richtingsborden laten veel te wensen over. Uiteindelijk is het gelukt om me door de drukke stad heen te manoeuvreren (Kalamata is voor Griekse begrippen een grote stad) en bijna per ongeluk kom ik op de goede weg terecht. Het landschap wordt heuvelachtiger en is wonderschoon. De weg gaat eerst voor een stuk langs de kust en dat levert mooie beelden op. Dan gaat de weg het binnenland is en ik doorkruis tal van mooie dorpjes. Uiteindelijk kom ik in de buurt van Kardamili dat weer aan de zee ligt en de uitzichten zijn overweldigend.

Wandeling Kardamili

Vóór Kardamili ga ik eerst lunchen, de gebruikelijke salade waar ik behoorlijk aan verslaafd raak. Daarna rijd ik door naar Kardamili en parkeer de bus vlak voor de ingang van het dorp. Aan die zijde van het dorp ligt het begin van een wandeling die ik wil gaan maken. Hij zal 2 uur in beslag nemen en hij is in het eerste gedeelte vrij steil. Voor de rest wordt hij als eenvoudig gekarakteriseerd. Ik overweeg eerst geen wandelschoenen aan te doen maar de wandeling op sportschoenen te maken maar gelukkig heb ik de discipline om die wandelschoenen toch maar aan te trekken en dat blijkt later een goede beslissing te zijn.

De wandeling gaat eerst door een oud gedeelte van Kardimili. De inwoners van De Manie zijn erg op hun zelfstandigheid gesteld en vrezen iedere overheersing. Dat is te zien aan de robuuste bouwstijl van de gebouwen en de verdedigingstorens die in veel dorpen te zien zijn. In dit oude gedeelte is nog een deel van de vestingmuur te zien, een toren en een wonderlijke kerk met een Turks aandoende toren.

Voorbij dit oude gedeelte van het stadje loop je ineens midden in de natuur en gaat het erg steil omhoog. Weer die verdomde traptreden die de dijbeenspieren geselen. Ik moet op deze wijze ca. 150 m. omhoog gaan. Onderweg kom ik twee grafkamers tegen. Men zegt dat deze toebehoren aan de zonen van Zeus: Castor en Pollux. Een beetje armoedig graf voor twee godenzonen.

Uiteindelijk kom ik op een plateau aan en gaat het weer heuvelafwaarts. Inmiddels is wel duidelijk dat ik deze wandeling niet in 2 uur haal. Ja, ja, de leeftijd gaat een woordje meespreken. Het pad gaat in eerste instantie weer steil omlaag tot ik in een droge bedding van een rivier terecht kom. Het is er wondermooi met allerlei planten die van een vochtig klimaat houden. Maar het is niet duidelijk welke richting ik op moet.

Als ik de GPS wil raadplegen blijkt dat die geen bereik heeft. Dus even nuchter nadenken en een keuze maken voor een van de vele andere geitenpaadjes. Het blijkt een goede keuze te zijn, want als ik weer bereik heb blijk ik op de goede weg te zijn.

Spoedig wordt het pad nu makkelijker en uiteindelijk kom ik bij een cisterne aan met heel oude wasbekkens. In de cisterne stroomt heerlijk koel water uit de rotsen en ik gebruik het met graagte om af te koelen. Met een drijfnatte pet op de kop loop ik het laatste stuk naar een ruïne van een huis met een geweldig uitzicht over Kardamili en de daarbij behorende golf. Tijdens dit traject word ik begeleid door een steeds maar om mij heen fladderende citroenvlinder (denk ik alhoewel hij veel meer oranje is dan in Nederland). Het kan best zijn dat het steeds een andere vlinder is maar ik koester de illusie dat het steeds de zelfde is.

Het pad wordt nu een aangelegde weg met heel grove stenen. Loopt ook niet makkelijk. Aan de rand is het pad egaler maar ja het is een rand. En de ene kant van de rand is goed en de andere kant van de rand brengt je 4 meter naar beneden. Uiteindelijk, na dalen van ongeveer 125 meter, kom ik op het laatste traject aan dat via een asfaltweg leidt naar Kardamili. Een beetje teleurstellend einde maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben. Ik moet het dorp doorkruisen. Het blijkt een toeristisch centrum te zijn. Maar het is helemaal niet lelijk van opzet. Gewoon een gezellig levendig dorp. Aan het einde van het dorp doe ik nog wat inkopen en wandel terug naar de bus waar ik snel bijna een liter water naar binnen sla.

 

Trachila

Ik wil doorrijden naar Aeropoli maar wil eerst de havenplaatsjes Agios Nikolaos en Agios Dimitrios aandoen. Wellicht een goede overnachtingsplek. In Agios Nikolaos kan ik in het haventje staan maar ik besluit door te rijden tot bijna het einde van de weg: Trachila. Daar vind ik een parkeerhaventje aan een heel smal weggetje waar de camper net op past met een GEWELDIG uitzicht op de baai. Ze hebben er ook nog een gietijzeren bankje voor me neergezet maar daar ontbreekt 1,5 poot aan dus dan toch maar de comfortabele C&G-stoel uitgeklapt.

Het is ongeveer 17.00 uur. Ik wil nog wat lezen maar word steeds afgeleid door het overweldigende uitzicht. Ik leg de e-reader dan maar opzij en blijf tot 21.00 uur gefascineerd kijken naar het almaar veranderende landschap onder de ondergaande zon. Er is niets te horen dan het kabbelen van de golfen en een merel die van zijn fluitconcert maar geen genoeg krijgt. Tot de zon onder is. Dan vindt hij het welletjes voor vandaag. Ik ook. Maar eerst nog de blog schrijven.

Delen met je netwerk?
(Visited 216 times, 1 visits today)