Dag 25: Van Rundvik aar Tallsjö
In de richting van de bergen
Vandaag plan ik mijn reis opnieuw i.v.m. tijdnood. In de middag bezoek ik een elandenfarm en ik overnacht weer in een prachtig bosgebied (92/4.262 km).
Herplanning
Er moeten vandaag wat dingen geregeld worden. Er moeten boodschappen gedaan worden, er moet diesel getankt worden en de verdere reis moet opnieuw gepland worden.
Om met het laatste te beginnen, de oorspronkelijk geplande reis lijkt niet heel erg realistisch. De afstanden zijn groot bovendien haal ik bij lange na niet de gemiddelde snelheid die ik verwacht had. Bezoeken duren veel langer dan verwacht. Er moet gezocht worden naar de juiste weg en het rijden over onverharde wegen houdt het tempo er ook niet echt in.
Geen enkel probleem, dan de reis maar een beetje afslanken. Ik besluit dus om de ritten in het hoge noorden over te slaan. Dat betekent dat routes gewijzigd moeten worden en dat aansluitingen tussen routes eveneens om aanpassing vragen. Dat neemt meer dan 2 uur in beslag omdat een en ander eerst op een papieren kaart bekeken en uitgezet moet worden. Dat overleeft de kaart niet en ik knip de kaart maar in vier delen om overzicht te behouden. Uiteindelijk ben ik tevreden met het resultaat (kan morgen weer anders zijn).
Umea
Ik vertrek dus rond 11.00 uur in de richting van Umea om daar de boodschappen te doen. Ik red het niet om de stad wat intensiever te bezoeken wat jammer is. Umea wordt beschouwd als de culturele hoofdstad van Noord-Zweden. En dat merk je aan alles. De wijk waar ik mijn boodschappen doe is een hele moderne, nieuwe wijk waar een universiteit en studentenwoningen gebouwd zijn. En niet zo maar een flatje voor de studenten maar huizenblok na huizenblok lijken bestemd te zijn voor studenten. Niet zonder humor zijn de namen van de straten ontleend aan studie: Docentvägen, Examenvägen, Stipendiegrand, Professorvägen, Laboratorvägen, Magistervägen enz.
In Uppsala was men er trots op dat ze de meest noordelijke universiteitsstad van de wereld waren maar dat blijkt dus een verhaal van de vorige eeuw te zijn. Umea ligt een stuk noordelijker dan Uppsala maar heeft uiteraard niet de status van een meer dan 500 jaar oude universiteitsstad. Men meent zich daardoor een leugentje te kunnen permitteren.
De stad ziet er schoon en goed onderhouden uit en er zijn veel meer studenten in het stadsbeeld te zien dan dat dat het geval was in Uppsala: veel meer dynamiek en uitstraling.
Wat gelijk opvalt is dat bijna alle belangrijke straten voorzien zijn van berkenbomen. Ook Umea heeft evenals andere steden uit dit gebied te lijden gehad onder meerdere felle stadsbranden met fatale gevolgen. De brand van 1888 heeft tot gevolg gehad dat in de belangrijkere straten er berkenbomen geplant zijn omdat die een aanzienlijk hoger vochtgehalte hebben dan andere bomen en daardoor brandwerend zijn en ook nog eens goed voor het milieu.
Elandenfarm Algens Hus
Rond het middaguur vertrek ik in noordwestelijke richting naar het plaatsje Bjurholm. Niet dat die plaats mij erg interesseert maar nabij het stadje is er een elandenfarm te vinden: Algens Hus. Het betreft hier een sympathiek initiatief om de eland meer bekendheid te geven. Elanden zijn in het algemeen schuwe dieren die je niet vaak te zien krijgt. Ik heb bij mijn reis door Noorwegen een keer een elandengroep over de weg zien lopen. Eigenlijk niet ver van hier waar ik nu ben.
Er is een klein informatiecentrum over de Eland en de nu verboden jacht op deze dieren. Maar het belangrijkste zijn de elanden zelf waar je direct in hun nabijheid mag verkeren. Van schuwheid is hier weinig te merken. De dieren zijn gewend aan omgang met mensen.

Wat een kolossale beesten
Het zijn enorm grote dieren en ze zijn de grootste soort van de hertachtigen. Ze kunnen tot 3 meter hoog worden en de schofthoogte is ca. 2 meter. Het gewei kan wel 2 meter breed worden en is behaard. De reden hiervoor is dat er veel bloedaderen door het gewei lopen en om die tegen de kou te beschermen zijn ze met haar begroeid. Ze voeden zich voornamelijk met het schors van dunne takken. Vóór de winter verliest de elandstier zijn gewei om niet te veel gewicht te hoeven torsen in het sneeuwseizoen. Ook al lopen ze wat stijfjes, Elanden kunnen op de vlucht een snelheid behalen die groter is dan die van paarden.
Ik spreek twee van de verzorgers die aanwezig zijn. Ze zijn 7/7 dagen aanwezig en vakantie zit er niet in. Een van de verzorgers gaat iedere ochtend vroeg met de groep elanden het bos in om de natuurlijke habitat te leren kennen. Het is hard werk maar beiden vinden ze dat ze hèt beroep van het leven hebben. Ze hebben een sterke band met de dieren wat je kunt zien. De elanden zijn relatief rustig in hun leefgroep. Slechts de paringstijd kan het vredige bestaan verstoren. Maar uiteindelijk keert de rust weer.
Mooi initiatief en kinderen luisteren met belangstelling naar wat de verzorgers te vertellen hebben. Een mooie manier om een niet zo bekend dier onder de aandacht te brengen.
Landschap van bossen en meren
Ik reis verder door in noordwestelijke richting. De heuvels worden hoger en morgen zullen ze veranderen in bergen. Onderweg passeer ik nog een rendier die langs de weg loopt. De weg is weer doodstil; ik kom nauwelijks auto’s tegen op deze doorgaande weg.

Het loopt tegen 17.00 uur en de ‘werkdag’ zit er op. Dus eerst op zoek naar een geschikte overnachtingsplek en die vind ik, uiteraard, aan een onverhard pad. Daarbij kom ik ook nog een Amsterdams straatnaambord tegen en dan gaat je Amsterdamse hart toch een beetje sneller kloppen.

Luna ruikt iets en als ik kijk, na raadpleging van internet, zijn het uitwerpselen van een rendier. Op de elandfarm werd mij verteld dat hier in de omgeving zowel elanden, rendieren als beren voorkomen. Ik ben benieuwd wie ik vannacht op bezoek zal krijgen. Voor de zekerheid zet ik de camper maar in een wegrijdstand.

Voor de eerste keer krijg ik last van muggen. Maar dat is een uur later weer voorbij. Taferelen als uit de roman Nooit meer slapen van W.F. Hermans ben ik nog niet tegengekomen. Moet ik daar nou blij mee zijn of niet?








Elke avond voor het slapengaan lezen wij een Hans Koolmeesje. Leuke verhaaltjes Hans. Geniet je ook echt of wisselt dat nogal?
Je kunt goed tussen de regels doorlezen. Inderdaad is dit niet de mooiste reis ooit. Maar dan nog kan het een mooie reis zijn. Ik heb me verkeken op de grooooote afstanden. Er kunnen heel veel kilometers liggen tussen de ene bezienswaardigheid en de daaropvolgende bezienswaardigheid. En wat hier een bezienswaardigheid is (tot op heden) daar zou je bv op Sicilie en Noorwegen nog geen kilometer voor omrijden. Maar ik had al eerder geschreven dat ik dat soort vergelijkingen niet moet maken. Vergelijk het binnen de context van het land waar je reist.
Bovendien merk ik dat ik ook in dit geval de routine in het begin kwijt was voor wat betreft het reizen en het fotograferen. Maar gelukkig komen die eens opgebouwde kennis en vaardigheden gelukkig weer terug zoals bij veel dingen afgelopen jaar. Maar dat vergt tijd en daar moet je geduldig voor zijn en dat is nu net niet mijn meest in het oog springende eigenschap.
Verhaaltjes, verhaaltjes, verhaaltjes??? Dit is hoogstaande literatuur.